Oud leerlingen

Allereerst wil ik mijn oud leerlingen en andere medewerkers bedanken voor hun muzikale bijdrage, vooral degenen die speciaal een nummer voor mij componeerden. Het is een bonte verzameling van stijlen geworden wat de site mijns inziens heel aantrekkelijk maakt. Het is bijzonder wat zij met het muzikale gereedschap dat ik hen heb aangereikt gedaan hebben. Ik ben trots op ze!

Eigenlijk is over iedere leerling wel wat te vertellen. Sommige dingen zijn me bij gebleven:

Stephan Mooibroek, die als broekie bij me op les kwam en amper wist wat het woord 'jazz' inhield, raakte na een aantal, door mij toegediende stevige injecties, verslaafd aan deze bijzondere stijl. Want dat is het toch gezien de ontoegankelijkheid voor een heleboel mensen. Het grootste deel van de Nederlandse bevolking gaat toch uit zijn dak bij de zogenaamde 'meezingfestivals'? Met rode koppen van het bier en lichtende aanstekers in hun knuisten deinen ze mee op deunen van de meest simplistische liedjes. En daar kwam ik aan met mijn jazz terwijl Hoogeveen toentertijd was ondergedompeld in dixieland. Daarom was het geweldig om leerlingen zoals Stephan les te geven die gretig de jazzakkoorden en riffs van mij aannamen. Met Stephan had ik wel een speciale band. We werden vrienden. Hij was degene die mij bij uitgeverij de Haske introduceerde en samen bedachten we de bekende serie 'songbooks Ed & Steve' (zie Muziek-Uitgeverijen). Ook speelden we vaak samen in verschillende combinaties. Stephan heeft nu zijn eigen praktijk die er niet om liegt: Mooibroek Music Accompany (zie voor een link bij Muziek-Oud leerlingen-Stephan Mooibroek). 

Joël Groenewold begon zoals de meeste leerlingen met de akoestische gitaar. Noten en akkoorden leren, letten op de juiste houding enzovoorts. Een paar jaar later stond er in de hoek van mijn leskamer een basgitaar die dat predicaat eigenlijk niet mocht dragen:
een formica slagplaat en een hals zo krom als van een pijl en boog. Voorzichtig probeerde Joël: ‘Wordt die basgitaar nog gebruikt?’
Ik antwoordde ontkennend. ‘Mag ik die dan lenen?’ Na met de directeur overlegd te hebben kon Joël de basgitaar mee naar huis nemen. We begonnen met de baslessen en al gauw ontdekte ik dat daar zijn ziel en zaligheid in lag.
Nu slaapt hij bij wijze van spreken in zijn contrabas.

Er waren ook leerlingen die constant hun plectrum vergaten. Ze konden dan van mij een plectrum lenen tegen betaling van een gulden. De slimmere onder hen lieten mij die gulden houden omdat een plectrum toch iets meer kostte.

Vaak speelde ik de loopjes die geleerd moesten worden op een bandje in. Er waren dan leerlingen die dat bandje op hun kamer afspeelden om bij hun ouders de  suggestie te wekken dat zij ijverig aan het studeren waren terwijl zij zich met heel andere zaken bezig hielden.
Als ik deze ouders kenbaar maakte dat hun zoon of dochter te weinig gitaar speelde kreeg ik prompt te horen: 'Ja, maar ik hoor wel degelijk dat er gestudeerd wordt!' 

Iets over het lesgeven:
Technieken aanleren is voor veel leerlingen een crime. Ik zocht dan loopjes uit van bands die hun aanspraken. Een van de bekendste was wel: Enter Sandman van Metallica. Zij studeerden zich dan blauw daarop en gingen naar gitaar spelende vriendjes met de vraag: ‘Kennen jullie deze al?’
Dit werkte dus perfect. Bij de meer getalenteerden probeerde ik na verloop van tijd wat ‘jazz-akkoorden’ uit en maakte ze attent op verschillende jazzgitaristen. Hans Hooijer smulde daarvan, vooral toen ik hem twee lp’s van Wes Montgomery te leen gaf.
Hans werd jazz gitarist in hart en nieren. Geregeld ging ik eens in de maand na mijn lesgeven naar Hilversum waar in  jazzcafé ’t Tolhuis mijn favoriete Nederlandse jazzgitarist Wim Overgauw optrad. Ik nam dan geïnteresseerde leerlingen mee.
Als een leerling weinig aan zijn les gedaan had koos ik uit twee mogelijkheden. Ontbrak het de leerling aan motivatie dan geloofde ik het ook wel en liet hem twintig minuten studeren, ging koffie drinken en checkte daarna of hij echt gestudeerd had.
Was het echter een gemotiveerde leerling die het gewoon te druk had met school dan maakten we het half uur vol met het leren componeren van eigen nummers. Dit was heel dankbaar werk waarin ik soms een latent talent ontwaarde.

Tijdens de lessen ontstonden ook mijn muziekboeken (zie Muziek-Uitgeverijen). Ik probeerde de stukjes als het ware op mijn leerlingen uit. Daarnaast gebruikte is steeds nieuwe methodes. Dit werkte verfrissend en ik bleef zelf ook bij.
Ik liet hun cd’s meenemen van hun favoriete groepen en zocht dan een nummer uit dat op hun niveau lag. Het experimenteren hiermee werkte heel inspirerend.

Verschillende goede leerlingen nodigde ik geregeld bij mij thuis uit wanneer er een feestje was.
Oud en nieuw was vaak een muzikale happening.

Het lesgeven heeft me veel plezier gegeven en aan al de reacties op deze site te zien was dit wederkerig.